VN-Vrouwenverdrag
Meer informatie over het VN-Vrouwenverdrag
Schaduwrapportages
"Women's Rights - Some Progress, Many Gaps" 2009 (Engels, pdf, 1 MB)
"Taking Women's Rights Seriously?" 2006 (Engels, pdf, 0.8 MB)
Regeringsrapportages
Vijfde regeringsrapportage aan CEDAW 2008
Vijfde regeringsrapportage aan CEDAW appendix 1
Vijfde regeringsrapportage aan CEDAW appendix 2
Vijfde regeringsrapportage aan CEDAW appendix 3
Aanvullingen van NGO´s op Nederlandse rapportage
En download de aanvullingen van CGB (Engelstalig)
Zie ook:
De publicatie "Met recht een vrouw. Het VN-Vrouwenverdrag toegelicht"
VN-Vrouwenverdrag
Het VN-Vrouwenverdrag (Convention on the Elimination of all Forms of Discrimination Against Women, CEDAW) is in 1979 aangenomen door de Verenigde Naties. De achterliggende gedachte is dat heersende opvattingen over de positie van mannen en vrouwen in de samenleving discriminatie van vrouwen in stand houden. Het verdrag stelt dat biologische en sociale verschillen tussen mannen en vrouwen niet mogen leiden tot achterstelling van vrouwen. Bijna alle VN-lidstaten, waaronder Nederland, zijn lid van het verdrag. In 2000 is het Facultatief Optioneel Protocol bij het VN-Vrouwenverdrag in werking getreden. Hiermee ontstond de mogelijkheid voor individuen om een klacht in te dienen over schending van hun rechten uit het VN-Vrouwenverdrag.
Discriminatie van vrouwen
Het VN-Vrouwenverdrag beschrijft wat discriminatie inhoudt. Discriminatie van vrouwen omvat iedere vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking die de rechten van vrouwen aantast. Het verdrag geeft aan hoe deze discriminatie bestreden kan worden en wat de overheid moet doen om de positie van vrouwen in haar land te verbeteren. Het toezichthoudende orgaan bij het verdrag, het CEDAW-comité, geeft in algemene aanbevelingen (General Recommendations) aan hoe de rechten in het verdrag zouden moeten worden opgevat. Zo'n aanbeveling verduidelijkt bijvoorbeeld wat moet worden verstaan onder positieve discriminatie en is dus een extra richtlijn voor de staat bij de uitvoering van het verdrag.
Toezicht op naleving
Het CEDAW-comité, bestaat uit een internationale groep onafhankelijke experts. Het comité controleert of het verdrag wordt nageleefd door de lidstaten door het beoordelen van periodieke rapportages. Staten die partij zijn geworden bij het verdrag moeten iedere 4 jaar aan het CEDAW-comité rapporteren over de naleving van de verplichtingen uit het verdrag in hun land. Dit noemen we de rapportageplicht van de staat.
Schaduwrapportages
Overheden zijn over het algemeen geneigd de situatie op het gebied van vrouwenrechten in hun land tamelijk rooskleurig voor te stellen. Het CEDAW-comité geeft daarom ook maatschappelijke organisaties de gelegenheid om hun visie op de situatie in hun land te presenteren. Deze zogenoemde schaduwrapportages vormen een kritische noot op de overheidsrapportage. De regering en vertegenwoordigers van de NGO’s lichten hun rapportages mondeling toe tijdens een sessie van het comité. Na het bestuderen en discussieren van de rapportages geeft het comité aanbevelingen aan een staat. Er wordt hierbij vooral aandacht besteed aan de punten waarop het land nog niet voldoet aan haar verplichtingen onder het Verdrag. Voor Nederland coördineert Aim for human rights de schaduwrapportage van maatschappelijke organisaties als lid en secretariaat van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.

