U bent hier: Home -> Weblog Zuid-Afrika

Zuid-Afrika: Verdwijningen tijdens de apartheid

In Zuid-Afrika hebben onder het apartheidsregime naar schatting ongeveer 2000 verdwijningen plaatsgevonden. Veel maatschappelijke organisaties in het land proberen al jaren uit te zoeken wat er met de verdwenen mensen is gebeurd, in een poging gerechtigheid te vinden. Ook de overheid doet nog veel om verdwenen personen terug te vinden. Het ‘Missing Persons Task Team' van het Zuid-Afrikaanse Openbaar Ministerie, is hiermee belast. Na de apartheid was een waarheidscommissie opgezet. Een deel van de verdwijningen (477 zaken) vielen onder het mandaat van deze commissie. Hoewel het eigen verleden de noodzaak ervan duidelijk laat zien, heeft Zuid-Afrika het in 2006 aangenomen VN-Verdrag tegen Gedwongen Verdwijningen nog niet getekend. Maatschappelijke organisaties zijn daarom een lobby begonnen om de regering hiertoe aan te zetten. Aim for human rights steunt hen hierbij.

Weblog vanuit Zuid-Afrika

Aim for human rights medewerker Jan de Vries bezoekt Zuid-Afrika, samen met twee collega’s van het Linking Solidarity team, van 22 februari tot 1 maart 2008. Het wordt een drukke week met onder meer een conferentie voor maatschappelijke organisaties, academici en regeringsfunctionarissen om te spreken over het VN-Verdrag tegen Verdwijningen en mogelijke ondertekening ervan door Zuid-Afrika. Deze conferentie, deels gefinancierd door Aim for human rights, moet de aanzet geven tot een structurele dialoog met de regering over het Verdrag. Bij de conferentie zijn ook deelnemers uit Burundi, Oeganda, Namibië, Zimbabwe en Botswana uitgenodigd, landen waar verdwijningen een groot probleem vormen of hebben gevormd. Door aanwezig te zijn kunnen zij profiteren van de kennis die tijdens de conferentie overgebracht wordt.
Voorafgaand nemen Jan de Vries en zijn collega’s deel aan een tweedaagse bijeenkomst van de grootste apartheids-slachtoffergroep, Khulumani Support Group, in Pretoria. Aim for human rights zal een training geven over het Verdrag tegen Verdwijningen en input geven voor een brede lobbystrategie voor de organisatie.
Tenslotte zal er een wederzijdse training plaatsvinden tussen Aim for human rights en het ‘Missing Persons Task Team’. Onderdeel ervan is een bezoek aan een opgraving en het onderzoekslaboratorium, en een training door Jan en zijn collega's in specifieke onderwerpen in internationaal recht.

Zaterdag 1 maart: Nomen Nescio?

Sinds ik bij Aim for human rights voor het Linking Solidarity team werk, heb ik regelmatig direct of indirect te maken gehad met de familieleden van verdwenen personen. Deze familieleden, vaak echtgenotes, moeders of oma’s, maar ook broers, vaders, zoons of dochters, zijn in het geval van gedwongen verdwijning ook slachtoffers. In het nieuwe Verdrag tegen Verdwijningen worden ze ook officieel erkend als zodanig. Ze hebben een aantal nieuwe mensenrechten gekregen, zoals het recht om de waarheid te weten over wat er is gebeurd. Mijn collega’s en ik geven hen hierover informatie door middel van trainingen en advies. Soms ontmoeten we de familieleden zelf en soms ontmoeten we de mensen die hen helpen, zoals advocaten, priesters of lokale organisaties. Het komt niet vaak voor dat we – los van de verhalen van de familieleden – rechtstreeks te maken krijgen met het andere type slachtoffers van een verdwijning: degenen die verdwenen zijn.

De Bantu Education Act van 1953 leidde tot de rassenscheiding in alle onderwijsinstellingen in Zuid-Afrika. Het was een belangrijke wet tussen alle verschillende wetten die tot doel hadden de rassen uit elkaar te houden in Zuid-Afrika. Het betekende dat het toch al minimale onderwijsbudget voor zwarte Zuid-Afrikanen (en arme blanken) nog verder verlaagd werd. De scholen werden Spartaans, zonder tafels, stoelen, boeken en andere onderwijsmiddelen. De salarissen van zwarte leraren waren extreem laag en alleen bepaalde vaardigheden werden onderwezen. Politiek, economisch en sociaal bewustzijn viel niet in het lespakket. Toch is het vooral in de zwarte schoolgemeenschap dat politieke activisten werden gevormd, klaar om toe te treden tot het ANC (en om de wapens op te nemen tegen de onderdrukker).

Mamelodi, een township ten noorden van Pretoria, huisvestte tien jonge schoolactivisten in de leeftijd van 15 tot 21 jaar. De jongens waren boze en politiek bewuste pubers, die vooral op school in Mamelodi in opstand kwamen tegen het onrecht dat ze in hun omgeving zagen. Ze waren de aanstichters van een aantal opstandjes tegen het regime. Op 26 juni 1986 werden ze aangesproken door Joe Mamasela, die hen vertelde dat hij een recruiter was voor het ANC. Het ANC had destijds militaire trainingskampen in buurlanden als Botswana en Angola. Ze rekruteerden politieke activisten en brachten ze naar deze kampen. Joe Mamasela vroeg de jongens met hem mee te komen naar een trainingskamp in Botswana.

Op vrijdag, na de conferentie over het Verdrag tegen Verdwijningen, werden Ewoud en ik uitgenodigd door het Missing Persons Task Team (MPTT) van het Zuid-Afrikaanse Openbaar Ministerie om mee te gaan naar begraafplaats Winterveld, zo’n 40 kilometer ten noorden van Pretoria. Daar zouden we de zoektocht naar twee tijdens het apartheidsregime vermiste personen meemaken. Het MPTT werkt aan zaken die voor de Truth and Reconciliation Commission (TRC) zijn gekomen, maar waarvoor nog geen stoffelijke resten zijn gevonden. De MPTT probeert op deze plek sinds 2005 veertien lichamen van verdwenen personen terug te vinden. Deze mensen waren gearresteerd of ontvoerd door Zuid-Afrikaanse veiligheidsdiensten en op verschillende manieren vermoord. Vervolgens werden ze anoniem begraven.

Wij zouden helpen met het openen van twee graven om de skeletten te identificeren. Deze snelle identificatie zou een aanwijzing moeten geven of dit de mensen zijn waar de MPTT naar zoekt. Waar we vooral op moesten letten is of de botten verbrand waren.

De jongens uit Mamelodi werden in een busje gestopt, bestuurd door Joe Mamasela. Ze waren waarschijnlijk opgewonden door het vooruitzicht naar Botswana te gaan om hun militaire training te krijgen, hoewel de jongsten slechts vijftien jaar oud waren. Na enige tijd passeerden ze een plaats die Zeerust heet, zo’n 240 kilometer ten noorden van Johannesburg richting de grens met Botswana. Het busje stopte langs de kant en werd binnen enkele seconden omsingeld door veiligheidsagenten in uniform. Joe Mamasela had de jongens in een hinderlaag gelokt. De jongens werden uit het busje gehaald en moesten op de grond gaan liggen. Ze werden geïnjecteerd met een onbekende stof die hen bewusteloos maakte. Vervolgens werden ze in het busje teruggelegd, dat tegen een boom aan werd gereden, om het op een ongeluk te doen lijken. Het busje en de jongens werden overgoten met benzine en aangestoken. Een voorbijganger alarmeerde de lokale politie over de brand. Toen de politie arriveerde troffen zij het gruwelijke schouwspel aan van tien verkoolde lichamen. De lichamen werden naar het ziekenhuis en daarna een mortuarium gebracht. Later werden ze anoniem begraven op begraafplaats Winterveld.

De twee graven, die wij vandaag zouden openen, waren geselecteerd op een kaart vol kleurtjes die aangeven waar al eerder graven waren geopend en waar de resten van sommige verdwenen personen waren gevonden en waar niet. De lichamen van twaalf verdwenen personen waren al teruggevonden op begraafplaats Winterveld. Acht hiervan waren van de Tien van Mamelodi. Twee betaalde grafdelvers begonnen op de eerste plek te graven. Op ongeveer 1 meter 80 diep raakten ze delen van de oorspronkelijke grafkist of resten van het plastic waar de lichamen in werden gewikkeld. Daarna begon het werk van de MPTT (en, in dit geval, van ons). We begonnen langzaam met het schoonmaken van de plek waar het hoofd zou moeten liggen. Dit gebeurde nogal hardhandig, tot de schedel zichtbaar werd. Toen werd het gebied rond de schedel schoongemaakt en het hoofd afgeborsteld. Dit precieze werkje ging door tot de schedel grotendeels blootlag en een eerste onderzoek mogelijk was. Dit proces werd herhaald voor het andere graf. Helaas bleken de skeletten niet van de twee overgebleven Mamelodi jongens te zijn.

Adriaan Johannes Vlok was Minister voor Law and Order in Zuid-Afrika van 1986 tot 1991. Het was een opvallend gewelddadige periode in Zuid-Afrika, inclusief misdaden zoals wat de tien jongens uit Mamelodi is aangedaan. Tijdens de Truth and Reconciliation Commission was Vlok de enige minister die toegaf dat hij misdaden had begaan tijdens het apartheidsregime. Hij kreeg daarop amnestie. In 2006 heeft hij zijn excuses aangeboden aan een aantal slachtoffers van misdaden die zijn begaan tijdens zijn ambtstermijn. Hiertoe behoorde ook de moord op de tien Mamelodi jongens. Hij bood zijn verontschuldiging op bijzondere wijze aan door naar Mamelodi toe te gaan om daar de voeten te wassen van de weduwen en moeders van de slachtoffers.

Vier mensen die direct betrokken waren bij de moord, waaronder Joe Mamasela, erkenden ook hun schuld tijdens de TRC en vertelden alles wat ze wisten over de gebeurtenissen. Allemaal, behalve Joe Mamasela, vroegen en kregen ze amnestie. Hoewel er nu acht lichamen zijn geborgen door de MPTT, blijft onzeker van wie van de tien jongens de lichamen zijn. Naar twee lichamen wordt nog gezocht. Tot ook deze gevonden zijn gaat het lijden van de weduwen en moeders van de tien jongens door. Ze weten dan wel wat er gebeurd is met de jongens, maar ze weten nog steeds niet waar ze zijn.

Donderdag 28 februari: George

We ontmoeten George op de campus van UNISA, waar hij ons oppikt om ons naar een plek net buiten Pretoria te rijden. George is een taxichauffeur. Zijn auto is ruim, comfortabel en ziet er van buiten vrij modern uit. George heeft geen kaart van Pretoria (‘vergeten’) en heeft geen idee waar we moeten zijn. Hij vraagt ons om geduld. Hij zal de locatie bellen voor een routebeschrijving, maar zijn telefoonkaart is leeg, dus hij moet langs een benzinepomp voor een opwaardering.

Ik word een beetje nerveus als hij net buiten de poort van UNISA bijna twee studenten aanrijdt. Mijn nerveusiteit neemt toe door het feit dat hij de studenten niet alleen niet zag toen hij ze bijna aanreed, maar ook daarna niet. Bijna hetzelfde gebeurt onderweg naar het benzinestation. Dit keer erkent George het bijna-ongeluk door te lachen. Bij de benzinepomp koopt hij een kaart om zijn telefoon op te waarderen. Ewoud, mijn collega, en ik kijken elkaar aan en zijn ervan overtuigd dat de hele rit, zo’n 100 meter, behoorlijk roekeloos was en dat het erop lijkt dat de chauffeur ontzettend slecht ziet. Dit wordt onmiddellijk bevestigd wanneer hij na terugkomst mij de telefoon en de kaart geeft en vraagt of ik wil opwaarderen. George geeft met een gegeneerd lachje aan dat hij het nummer op de kaart niet kan lezen. Wanneer ik de grootte van de cijfers op het kaartje zie bereikt mijn ongemak nieuwe hoogtes:

Times New Roman, 24 pt.

We halen de plaats van bestemming. Het is een resort waar een conferentie wordt gehouden over het Verdrag tegen Gedwongen Verdwijningen. Lawyers for Human Rights organiseerden de tweedaagse bijeenkomst. Aim for human rights steunt deze zowel financieel als ‘intellectueel’. Een belangrijke bijdrage van onze kant is ook dat we zoveel mogelijk mensen hebben over laten komen van andere landen uit de regio. Uiteindelijk zijn er mensen van organisaties die werken op het onderwerp gedwongen verdwijningen overgevlogen uit Burundi, Zimbabwe, Namibië, Oeganda en Botswana.

De conferentie heeft als doel om aandacht te vragen voor het Verdrag en een dialoog over tekening en ratificatie ervan tussen de Zuid-Afrikaanse regering en maatschappelijke organisaties tot stand te brengen. Het begint al heel goed met een speech van een hooggeplaatste regeringsfunctionaris van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze deelt mee dat Zuid-Afrika het Verdrag in april zal ondertekenen en dat de procedure om het Verdrag in wetgeving en beleid door te voeren in gang is gezet. Dit goede nieuws wordt bevestigd door een vertegenwoordiger van het Ministerie van Justitie die zegt dat hij hoopt dat Zuid-Afrika het Verdrag nog dit jaar zal ratificeren.

De eerste dag wordt besteed aan het leren kennen van het Verdrag en de implicaties ervan. Dit is vooral ook interessant voor onze regionale collega’s. Op de tweede dag hebben Ewoud en ik een apart overleg met de collega’s uit de regio. We delen informatie over elkaars landen en de bijzonderheden rond verdwijningen in de verschillende contexten.

De rode draad in het overleg is dat het vermist raken van personen een enorm probleem is in de hele regio, waarvoor gedwongen verdwijningen deels de oorzaak zijn. Het is een probleem dat teruggaat tot koloniale tijden, verschillende onafhankelijkheidsstrijden en politiek geweld na onafhankelijkheid. Zelfs in staten waar de situatie relatief kalm is, blijft het een actueel onderwerp. Alle verdwijningen hebben hun eigen dynamiek en, vanwege de specifieke historische context, verschilt de vorm van de verdwijningen met de ‘klassieke’ definitie die vooral is gebaseerd om de conflicten in Latijns-Amerika.  

Morgen zullen Ewoud en ik ons weer verdiepen in de Zuid-Afrikaanse context als we gaan assisteren bij een opgraving van personen die vermist raakten tijdens de anti-apartheidsstrijd. We zullen onze eerste training krijgen over forensisch werk bij het terugvinden van verdwenen personen.

Gisteren nog kwam een home-video in de openbaarheid van vier blanke studenten in Zuid-Afrika. Erop was te zien hoe de vier oudere zwarte schoonmaaksters vernederden. Dit doet erg denken aan het soort racisme en mishandeling dat plaatsvond tijdens de apartheid. Het herinnert me er ook aan dat er nog steeds veel stappen moeten worden gezet voor dit soort dingen kunnen wordt behandeld als ‘geïsoleerde zaken van racistisch gedrag’. In de huidige context wordt het incident nog steeds gezien als deel van een groter probleem van racisme op campussen. En waarschijnlijk terecht. Het confronteert velen met het nog steeds erg levende verleden.

George is op de een of andere manier een beetje symbolisch voor dit Zuid-Afrika, dat nog steeds worstelt met zijn verleden. Een prachtige, ruime en moderne auto (van de buitenkant tenminste) die bestuurt wordt door een halfblinde chauffeur, zonder kaart, die er maar gewoon om lacht, terwijl hij stiekem elk moment een ongeluk zou kunnen krijgen. Of misschien ligt de symboliek meer in het feit dat hij een zwarte bestuurder is, die blanke mannen naar een resort rijdt dat best omschreven kan worden als koloniaal.

Maandag 25 februari 2008: Norman Chauke

Een goed jazzconcert vinden op een zaterdagavond was lastiger dan we hadden verwacht. Maar uiteindelijk slaagden we erin een geweldige jazzspeler uit Pretoria te zien genaamd Norman Chauke. Ik had toevallig eerder eens een CD van hem gekocht en het was nog toevalliger dat we hem zomaar tegenkwamen op een terras in Johannesburg (Newtown). De muziek klonk erg goed bij onze krokodillen steak. Maar iets typisch Zuid-Afrikaans miste nog…

Eén dag later voegde Marjan, onze programma manager, zich bij ons in Johannesburg. Vlak voordat we naar Pretoria reden voor een drukke week met trainingen, overleggen, conferentie en workshops, bezochten we het apartheid museum.

Het museum laat op een systematische en erg visuele manier zien hoe complex de geschiedenis van Zuid-Afrika is en hoe apartheid het leven op elke mogelijke manier raakte. De collectie eindigt met de Truth and Reconciliation Commission (TRC, Waarheid en Verzoenings Commissie) en met krantenartikelen over huidige kwesties binnen het nieuwe Zuid-Afrika. Het suggereert bijna dat apartheid helemaal voorbij is.

In ons werk merken we echter dat apartheid in feite nog steeds een grote invloed heeft op veel levens in Zuid-Afrika. Ons werk gaat over gedwongen verdwijningen. Bij deze mensenrechtenschending zijn er twee soorten slachtoffers: de mensen die verdwijnen en hun families. Wij werken samen met de laatste categorie en organisaties om hen heen. Het Waarheid en Verzoeningsproces heeft deze slachtoffers helaas niet kunnen laten verzoenen met hun daders en met wat er is gebeurd. Ze kunnen niet vooruit kijken en delen in de staatsfilosofie dat apartheid een probleem uit het verleden is.

Khulumani Support Group is de grootste organisatie van apartheidslachtoffers en vertegenwoordigt dan ook veel familieleden van tijdens het apartheidsregime verdwenen personen. Khulumani had ons gevraagd om een training te geven over het nieuwe Verdrag tegen Verdwijningen aan hun Nationaal Verdwijningen Netwerk, bestaande uit vertegenwoordigers van alle provincies. Het doel was om het Verdrag, en het nut ervan voor slachtoffers, beter te begrijpen. De organisatie meent dat het Verdrag een belangrijk middel kan zijn om het overheidsbeleid te beïnvloeden.

Dit is nodig, want hoewel het onderwerp verdwijningen behandeld is door de TRC, vinden veel slachtoffers dat er nog niet genoeg is gedaan. De TRC heeft zo' n 1500 getuigenissen over verdwijningen gekregen en heeft in haar rapport aangegeven dat er nog 477 personen niet zijn teruggevonden. Khulumani Support Group heeft echter data over 2000 personen die nog niet zijn teruggevonden. De slachtoffers zijn ook van mening dat de daders onvoldoende zijn bestraft, en nog belangrijker dat zijzelf niet goed werden behandeld. De familieleden van verdwenen personen kregen geen of onvoldoende schadeloosstelling en veel van hen weten nog steeds niet wat er is gebeurd en waar hun familielid zich bevindt.

Gedwongen verdwijningen vormen een mensenrechtenschending die begint vanaf het moment dat iemand wordt ontvoerd en pas eindigt wanneer de waarheid over wat is gebeurd wordt verteld aan de familie. Als de familieleden niet worden erkend in hun verlies, als er geen informatie is over wat er is gebeurd, en als de locatie van de verdwenen persoon niet bekend wordt, dan gaat het lijden van de familieleden door. Ondanks processen als de Truth and Reconciliation Commission.

De training ging in op een groot aantal vragen, suggesties en discussiepunten rond het belang van het Verdrag voor de Zuid-Afrikaanse context en voor slachtoffers van verdwijningen onder het apartheidsregime. Mijn collega’s en ik hebben daarbij net zoveel geleerd over het strijden tegen verdwijningen als de Khulumani medewerkers leerden over het Verdrag.

Dit zijn een paar van de behoorlijk serieuze onderwerpen die wij tegenkomen in ons werk. Gelukkig kan reizen ook ontzettend onderhoudend zijn. En daarvan leer je ook veel over een land. Zo kan het gebeuren dat je je zomaar op een prachtig terras in Johannesburg bevindt, luisterend naar goede muziek. En waar in Nederland, of Europa wat dat betreft, kun je vervolgens een weblog eindigen met: “Meneer? Kunt u ons zeggen welke Zuid-Afrikaanse wijn goed bij deze krokodil past?”

Zaterdag 23 februari 2008: Regilio Tuur

Gisteravond deden mijn collega Ewoud en ik een niet-gemotoriseerd ‘Regiliootje’. Regilio Tuur, ooit een geweldig bokser (helaas ook buiten de ring), lijkt zijn dagen door te brengen met het tussen de sterren in een scooter op en neer rijden in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Hij doet dat om te zien en gezien te worden. Ongeveer op dezelfde manier liepen wij 7th Street in Melville op en neer. Melville is een bekende plek voor jonge, trendy, en veelal rijke, Zuid-Afrikanen, en veel toeristen.

7th Street is, zoals heel Melville, niet representatief voor Johannesburg (Jo’burg) of Zuid-Afrika. Toch zijn er een aantal interessante observaties te maken over deze straat. Zo kun je je afvragen waarom deze straat (en Melville in het algemeen) zo ontzettend populair is bij deze specifieke groep Zuid-Afrikanen en zoveel toeristen. Het antwoord is dat dit een van de veiligste plekken van Jo’burg is. Dit is een belangrijk voordeel in een land dat zo overduidelijk wordt geteisterd door toenemende criminaliteit en verhalen daarover die ver voorbij de landsgrenzen komen. Dit wil niet zeggen dat er geen andere veilige plekken zijn in Jo’burg, of dat Melville helemaal veilig is. Maar Melville floreert onder dit beeld. En ik moet toegeven dat ik me veilig voel in Melville, terwijl andere delen van deze stad me erg ongemakkelijk maken.

7th Street is heel open, met veel glazen deuren, open terrassen en mensen die naar buiten gaan wanneer de temperatuur dit toelaat. Een ritje door andere delen van de stad daarentegen, geeft je op z’n minst een gevoel van claustrofobie: je uitzicht wordt gedomineerd door muren, prikkeldraad, elektrische hekken, bewakers, ‘armed response’  borden, enzovoorts.

Afhankelijk van wie je hier spreekt, krijg je ofwel een nog dramatischer beeld van de veiligheidssituatie, of een schouderophalen en een laatdunkende opmerking over de algemene hysterie rond de veiligheidsproblemen in Jo’burg. Maar iedereen is het er mee eens: het is een groot probleem.

Iets anders dat opvalt in de micro-subcultuur van 7th Street is de lappendeken van huidskleuren en culturen. Voor mij blijft Zuid-Afrika nauw verbonden met de apartheid. Hoewel er generatie-veranderingen zijn in de algemene populatie en grote politieke veranderingen, de mix in 7th Street is nog steeds opvallend. Deze lappendeken op zich is natuurlijk al een grote prestatie van het Zuid-Afrika na de apartheid. Of het er in werkelijkheid net zo aan toegaat als ik nu zie weet ik niet zeker, ik ken het land niet goed genoeg om hier een gefundeerde mening over te vormen.

Mijn observatie zou ook beïnvloed kunnen zijn door het feit dat we in Zuid-Afrika zijn om ons in te zetten voor een onderwerp dat nog steeds vooral gelinkt wordt aan de apartheid. We zijn hier voor een intensieve 10 dagen bestaande uit overleggen, workshops, conferenties en trainingen met veel verschillende personen. Al deze activiteiten houden verband met de mensenrechtenschending gedwongen verdwijningen. Ons voornaamste doel is dan ook het actief promoten van het nieuwe Internationale Verdrag voor de Bescherming van Alle Personen tegen Gedwongen Verdwijningen.

Er zijn veel actoren in Zuid-Afrika die zich bezighouden met verdwijningen. Veel van hun werk gaat over verdwijningen die plaatsvonden onder het apartheidsregime. Sommigen houden zich bezig met veel gepubliceerde zaken van zogenaamde ‘extraordinary rendition’ (de illegale verplaatsing van een persoon van de ene staat naar een andere staat, waar deze persoon in het geheim wordt vastgehouden om gemarteld te worden). En sommigen zien een link met de Zimbabwaanse vluchtelingen/ immigratie crisis, waarbij Zimbabwanen vanuit Zuid-Afrika teruggestuurd worden naar Zimbabwe, daarbij het gevaar lopend te ‘verdwijnen’.  

Onze echte werkzaamheden zullen maandag beginnen. Op het moment hebben we nog wat tijd over om een ‘Regiliootje’  te doen op 7th Street in Melville. Vanzelfsprekend zijn er wat belangrijke verschillen tussen een klassieke ‘Regilio’ en onze versie ervan. Zo zijn we hier natuurlijk niet om gezien te worden. Aangezien we totaal niet trendy zijn en in vergelijking nauwelijks jong kunnen worden genoemd. En als mensenrechtenactivisten kunnen we ook nauwelijks rijk genoemd worden. Vandaar ons belangrijkste vervoersmiddel: te voet. Maar terwijl Regilio Tuur af en toe een prachtige jonge dame op kan pikken (vermoed ik), was ik in staat om een paar interessante sociologische observaties te maken... Ik weet niet wie benijdenswaardiger is...

Eerdere weblogs

 
slogan