U bent hier: Home -> Weblog Genève

Genève: Nederlands mensenrechtenbeleid onder de loep

Aim for human rights zal de Nederlandse mensenrechtenorganisaties vertegenwoordigen met een korte speech tijdens de Universal Periodic Review (UPR), een speciale zitting van de VN Mensenrechtenraad op 10 juni a.s. in Genève. Aim for human rights heeft de afgelopen maanden actief deelgenomen aan de Universal Periodic Review, een nieuw mechanisme van de Verenigde Naties waarbij staten elkaar beoordelen op hun mensenrechtenbeleid en –praktijk: een soort mensenrechtenexamen dus. Eind vorig jaar schreven 17 Nederlandse mensenrechtenorganisaties gezamenlijk een rapport met enige kritiekpunten op het beleid in Nederland. De Nederlandse regering schreef zijn eigen rapport. In april is in Genève een eerste ronde besprekingen gevoerd om de mensenrechtenkwesties in Nederland te beoordelen. Daarin heeft de Nederlandse staatssecretaris Mw. Nebahat Albayrak als delegatieleider vele en zeer uiteenlopende vragen van tientallen andere landen beantwoord.

Weblog vanuit Genève

Niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) mochten niet spreken in de eerste ronde van het UPR. Nu komt de tweede ronde, waarin NGO’s wel spreektijd hebben. Martha Meijer, directeur van Aim for human rights, valt de eer te beurt om in twee minuten de meest dringende zaken over te brengen. Berichten vanuit het Palais des Nations.

Woensdag 11 juni: Examenuitslag

Het lijkt al weer zo lang geleden, gisterochtend, dat ik hier in Genève aankwam en de imponerende zaal waar de mensenrechtenraad vergadert, voor het eerst zag. Nu lopen we al weer als routiniers naar binnen. Een van de pauwen van het prachtige park begroet ons bij de ingang: een goed voorteken! In het restaurant naast de grote zaal oefen ik bij een koffie nog even de speech. Ieder woord telt als je maar twee minuten spreektijd krijgt. Verderop zit de Nederlandse regeringsdelegatie en doet iets dergelijks, al hebben zij veel meer spreektijd.

Intussen zie je dingen gebeuren die voor onze lobby belangrijk kunnen zijn. Overlegt daar de Egyptische vertegenwoordiger met die van Pakistan? Gaan ze weer een NGO beknibbelen? Hebben ze een plan om Nederland nog indringende vragen te stellen over de door hen geconstateerde islamofobie in Nederland? Het blijft een schimmenspel waar nuances tellen. In de verte zien we een één-tweetje tussen een collega-organisatie en de Nieuw-Zeelandse vertegenwoordiger. Voor ons interessant, omdat Nieuw-Zeeland kritische vragen stelde over het uitblijven van een beslissing over een nationaal mensenrechteninstituut in Nederland.

De mensenrechtenambassadeur Arjan Hamburger begroet mij opgewekt en stelt me voor aan de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger in Geneve en zijn staf. Men is nieuwsgierig naar wat wij gaan zeggen, en wat er aan andere NGO commentaren te verwachten is. We houden het een beetje af; niet alles moet doorgestoken kaart worden.

Klokke tien uur begint de sessie niet, maar langzamerhand stroomt de zaal halfvol. Nederland is geen land waar men likkebaardend op af komt. Voor ons is de statement van de regering juist een prettige verrassing: Hamburger zegt toe dat er vaker dan eens per vier jaar naar de voortgang van de uitvoering van de UPR aanbevelingen moet worden gekeken, en in ieder geval met de eigen mensenrechtenorganisaties een mechanisme voor monitoring moet worden opgezet. Dat biedt openingen voor het vervolg, al willen wij dat mechanisme dan weer niet beperken tot de aanbevelingen van de UPR alleen, want die zijn wel een beetje eenzijdig.

Daarna is er beurt aan andere staten: de sprekerslijst is leeg! Een teleurstelling! Is er dan geen enkel land dat inhoudelijk wil ingaan op de toezeggingen die de Nederlandse regering doet, vragen heeft bij het tempo waarin verbeteringen moeten plaats vinden, of andere puntjes op de i wil zetten? De UPR wordt wel vergeleken met een examen, maar het lijkt er nu één waar de examinatoren aan hun koffie zijn gebleven.

Van NGO-zijde willen drie vertegenwoordigers spreken. Behalve wijzelf namens de Nederlandse UPR-coalitie, is er de International Commission of Jurists die bereid was enkele punten die ook ons zorgen baren, in hun 2 minuten te verwerken. We hebben dat van te voren afgestemd en het past prima bij elkaar. Als eerste spreekt een vertegenwoordiger van de International Association of Democratic Lawyers met een lastig te volgen verhaal over politieke vervolging van vreedzame asielzoekers. Als voorbeeld wordt de Filippijnse, in Nederland wonende vluchteling Sison genoemd.

De ICJ houdt een zeer gedegen betoog – dat kan dus óók in 2 minuten – onder andere over de noodzaak van een mensenrechtentoets voor anti-terreurmaatregelen. Onze statement komt goed over. Gelukkig geen verspreking of een hoestbui. Na ruim een kwartier is het voorbij. Nederland is geslaagd voor het “examen”, maar de toepassing moeten we nog zien en er blijft noodzaak voor verbeteringen. Op veel van onze punten zullen we nog terug moeten komen:

  • snelle bekrachtiging van nieuwe internationale standaarden, zoals het Verdrag tegen Verdwijningen;
  • volledige toepassing van internationale aanbevelingen van de verdragscomité's (zoals de kwestie van de SGP);
  • ontwikkeling van consistente strategieën voor binnenlandse mensenrechtenkwesties, bv. binnen het Ministerie van Justitie of Binnenlandse Zaken;
  • realisering van een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens vóór eind 2008;
  • meer aandacht voor tolerantie en bestrijding van racisme, homofobie en xenofobie;
  • opname van mensenrechteneducatie in het onderwijs.

Voor ons als NGOs waren er ook lessen te leren. We moeten beter samen werken als het gaat om mensenrechtenkwesties in Nederland. Meer debat aanslingeren over de rechten van migranten bijvoorbeeld, of (weer) meepraten over de vraag wat het mandaat moet zijn van een nationaal instituut. Haast zetten achter de parlementaire behandeling van het toetreden tot internationale verdragen. Kamerleden daarop aanspreken. Coördineren met organisaties op de Antillen en Aruba over de toepassing van mensenrechten daar, en hoe die te verbeteren.

Ten slotte vond ik zelf de Nederlandse situatie wel erg rooskleurig afsteken tegen die in andere landen. De vertegenwoordigers van Pakistaanse NGOs zijn zo geïntimideerd dat zij niet achter de microfoon durven plaats nemen. In de zaal werden zij zelfs als luisteraars onder druk gezet, omdat Pakistaanse regeringsvertegenwoordigers foto’s van hen nemen. Donderdag vindt de behandeling van Pakistan plaats. Mijn maatje in Genève Friederycke Haijer van Justitia et Pax zal daar op de achtergrond bij ondersteunen, maar hoe dat zal aflopen? Donderdagavond maar weer de webcast aanzetten om het videoverslag te zien!

Klik hier voor het videoverslag van de sessie van Nederland en andere landen

Maandag 9 juni 2008: Machtstrijd

Eigenlijk moest ik vroeg naar bed, om morgen wakker en paraat te zijn, wanneer ik om zes uur op weg moet. Ik ben geen voetbalfan, en had gehoopt de alternatieve detective te bekijken, maar de video's van de UPR zitting van vandaag zijn veel spannender. Naar aanleiding van de beoordeling van Bahrein wordt er door staten gevochten, ja, verbaal gevochten, om welke rol maatschappelijke organisaties mogen spelen.

De afgevaardigde van Egypte tracht een Egyptische NGO de mond te snoeren (het Cairo Institute, een partner van Aim for human rights) in hun mening over de mensenrechten in Bahrein. Hier wordt geschiedenis geschreven! De Mexicaanse vertegenwoordiger en haar Sloveense collega proberen het spreekterrein van de NGO’s wat breder te houden, samen met een emotionele uitbarsting van de Zwitserse gedelegeerde. De Egyptenaar en de Pakistani proberen de speech te beperken tot alleen maar commentaar op het eindrapport (dat niet voor NGO’s beschikbaar is als ze hun speech voorbereiden – zo worden organisaties als het ware de mond gesnoerd). Allemaal schermen ze met rapporten, artikelen en eerdere overeenkomsten die wij niet zo makkelijk kunnen inzien. De spreker namens het Cairo Institute moet verder zijn mond houden, vindt de Roemeense voorzitter en (en dat is echt opvallend) de camera volgt zijn waardige vertrek.

Mijn maatje heeft de speech, die we vanochtend met hulp van andere organisaties hadden afgerond, handig omgeschreven naar iets wat niet kan worden afgeschoten vanwege de procedurele verenging die vandaag in praktijk wordt gebracht. Morgen gaan we er in het vliegtuig nog even doorheen, maar misschien moeten we ook nog artikel zoveel, paragraaf zus en zo van rapport dit en dat doorwerken. Het gaat intussen al niet meer over mensenrechten op de grond, maar om het recht van NGO’s om zich uit te spreken. De wittebroodsweken van de UPR zijn voorbij. Geen complimentjes meer, geen toneel, dit is de echte machtsstrijd.

Zondag 8 juni 2008: Voorbereiding

Deze week moet het gebeuren, mijn eerste optreden in Genève. Iedere avond even gaan zitten en terugkijken op de dag is wel erg nuttig en verhelderend om voorbij te gaan aan de waan van de dag. Vandaag bleek dat al. Een mooie zonnige zondag met afspraken om te overleggen per telefoon en mail. Het contact met mijn "maatje" van Justitia et Pax is constructief; het opstellen van nog minder tekst voor die twee minuten die ik mag uitspreken is wel een gewetenskwestie. Morgen de laatste strepen met het rode potlood.

Intussen probeer ik me een beetje voor te bereiden op wat komen gaat; dat blijkt zichtbaar te zijn op internet: een live registratie van hoe deze vergaderingen verlopen, is te vinden op http://www.un.org/webcast/unhrc/index.asp en het heeft ook een archief waar ik naar hartelust in kan spitten.

Ik surf naar de eerste ronde van de UPR medio april. De voorzitter speelt het spel. Dan de eigen mensen: Staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak geeft een goede presentatie en reageert ook op vragen op een manier waar we met zijn allen trots op kunnen zijn.

Dan eens verder surfen naar eigen interesses: Indonesië werd in de april-sessie van de UPR een dag eerder behandeld, en daar wordt het spel helemaal spel. De vertegenwoordiger van de Indonesische regering heeft alles op papier; slechts een enkele vraag wordt (zichtbaar) vanuit een onvoorbereide stelling geponeerd. Indonesië heeft een woord voor dergelijke sessies: sandiwara, toneel, oftewel fictie. Dit is duidelijk sandiwara. Het spel moet meegespeeld en dat doe je dus. Een enkele leugen ertussendoor, ach, wie ziet het? Verschillende vertegenwoordigers van staten vragen of Indonesië (dat al jaren geleden het Verdrag tegen Marteling heeft geratificeerd) waarom er geen definitie van marteling in de wet staat, ook niet in het nieuwe Wetboek van Strafrecht. Dan is het lastig te bestraffen. De hoge ambtenaar vertelt gewoon een verhaaltje: marteling staat er wel in! Mooi niet dus, maar de procedure staat niet toe dat iemand dat kan aanvechten.

Goed om te relativeren wat er in dat nieuwe UPR proces gebeurt, maar toch is het innovatief en heeft het geweldige potentie! Nog nooit werd op een dergelijke gelijkwaardige manier door staten elkaars mensenrechtenproblematiek besproken. Ik zie een Finse onder-minister die hortend toegeeft dat haar regering inderdaad moet bezien hoe de inheemse groep Sami (vroeger Lappen genoemd) beter moet worden beschermd tegen discriminatie en achterstelling. Ik zie een Chinese afgevaardigde die spreekt over kinderarbeid in Pakistan, en een Marokkaanse afgevaardigde die vragen stelt over het onderscheid in statistische gegevens tussen mannen en vrouwen als het gaat om discriminatie van vrouwen. Een echte "Peer Review", beoordeling onder gelijken. Bij mijn weten nog nooit vertoond!

 
slogan