U bent hier: Home -> Weblog Burundi -> Zondag 7 december: Hoezo Afrikaanse toestanden: Afrikaanse misverstanden!

Zondag 7 december: Hoezo Afrikaanse toestanden: Afrikaanse misverstanden!

Voor het eerst hebben we de reis zo georganiseerd dat we niet direct bij aankomst aan de slag moeten en pas rust hebben als we tijdens de terugreis in het vliegtuig de ogen dicht kunnen doen of zonder te veel schuldgevoel de ene na de andere romantische komedie kunnen kijken. Nee, we hebben bewust twee dagen ingebouwd voor het werk om rustig te kunnen acclimatiseren en te kunnen evalueren hoeveel van de training we aan de lokale omstandigheden nog moeten aanpassen. Zo zijn we dus vrijdagavond aangekomen en begint de training pas op maandag.

Het acclimatiseren in de meteorologische zin van het woord is overigens tamelijk eenvoudig, plezierig zelfs. Zo is het toch geen straf om deze blog in T-shirt en shorts te moeten schrijven. In de zon is het te warm, maar met het briesje dat van het meer af komt is het in de schaduw goed vertoeven. In elke andere zin van het woord, is acclimatiseren veel ingewikkelder en tijdrovender. Ook in andere landen waar wij werken is dit natuurlijk zo, of het nou Sri Lanka, Irak of Zuid Afrika is er zijn levensgrote verschillen met Nederland, maar men had mij gewaarschuwd dat een eerste keer ‘echt Afrika’ die verschillen zou relativeren. Dit is echt iets heel anders. ‘Afrikaanse toestanden’ zijn dan zo ongeveer de twee belangrijkste kernwoorden.

Gisteren (zaterdag) zijn we op sleeptouw genomen door O.K. van de ICTJ. Hij wilde ons Bujumbura laten zien. Dit zou ‘ergens in de middag, althans zeer snel’ gebeuren. Toen om 16:00 de telefoon ging dachten we dat het was om te zeggen dat we zouden vertrekken. Dit was echter niet helemaal het geval. O.K. had er namelijk voor gezorgd dat hij deze week een huurauto ter beschikking zou hebben, en iemand zou die auto ophalen… De auto zou zo onopvallend mogelijk moeten zijn. Deze persoon zou de auto ‘rond een uur of twaalf’ komen brengen. Om vier uur belde O.K. dus om te melden dat de auto er nog niet was en dat deze binnen ‘een uur of twee’ zou aankomen. Het probleem werd ons niet geheel duidelijk, maar er was iets met benzine. De auto kwam aan ‘omstreeks’ 6 uur. Het bleek een Toyota coupé te zijn, een sportieve auto met stickers van zoevende draken. Afrikaanse toestanden?

De auto deed het ook niet echt lekker. Je moest aan het stuur hannesen om de auto überhaupt op gang te krijgen en er waren een paar onduidelijke gebruiksaanwijzingen. Na met vijf man dit te hebben uitgelegd en te tonen dat het helemaal niet zo ingewikkeld was, konden we vertrekken. “Rijden in Bujumbura”, zei O.K., “is een onderhandelingsproces. Het gaat er niet om wie voorrang heeft, of wat de regels zijn, het gaat erom dat je elke keer goed onderhandeld. Zo gaat het redelijk snel en kom je er, met een beetje geluk, ongeschonden uit.” We gingen een simkaart kopen voor de telefoon, water kopen en proberen shampoo te scoren. Toen we deze kleine boodschapjes hadden gedaan hebben we een heerlijke maaltijd gehad (even op z’n Hollands: deze maaltijd was overigens in z’n geheel goedkoper dan het flesje shampoo). Op het moment dat we de auto wilden nemen om terug te rijden naar het hotel bleek deze helemaal niets meer te doen. Binnen een minuut was de auto omsingeld door een tiental mannen en mannetjes van diverse leeftijden en duidelijk met verschillende motieven. Eén van de mannen die op de auto afkwam gaf aan dat er iets met de accu was. Wij snapten niet helemaal hoe deze analyse kon worden gemaakt van een afstand en zonder zelf te hebben gezien wat er gebeurde. De verhalen over onveiligheid en ‘Afrikaanse toestanden’ begonnen zich steeds duidelijker te kristalliseren in mijn hoofd.

De man deed O.K. en ons uitstappen, probeerde de auto te starten en deed uiteindelijk de motorkap open. Hij liep af op een taxi af, gaf aan dat als hij in de auto zat wij moesten duwen en gaf de taxichauffeur het bevel zich zo dicht mogelijk tegenover onze motorkap te manoeuvreren. Het duwen van de auto trok nog meer bekijks. De situatie werd ons steeds onduidelijker. Helemaal ontspannen waren we niet. Afrikaanse toestanden of niet, het veiligheidsgevoel was wel een beetje tot een nulpunt gezakt.

De motorkap van de taxi ging open, er werden geïmproviseerde kabeltjes gespannen van de accu van de taxi naar die van ons, er werd driftig gehamerd op de accu (met alle soorten harde voorwerpen die voor handen waren), en op het moment suprême bleek de auto te starten. De man vond het schandalig dat O.K. zo’n auto te huur had gekregen. Hij kon, wanneer O.K. het maar wilde, een andere, betere auto voor hem regelen. Telefoonnummers werden uitgewisseld en een uur verder konden we weer instappen. Bij het hotel aangekomen hebben we er nog even over gelachen. Ik laadde de auto nog snel uit en ontdekte dat onze flessen water niet meer in de auto lagen… allemaal Afrikaanse toestanden, zeg maar!

<terug

 
slogan